encyclopedie
ode aan en geloof in encyclopedische ordening
Bed – Hier heeft slaap zijn vierkante meter. Herman de Coninck.
Industrieterrein – Een plek ‘niet bedoeld om er te zijn, als je er niet hoeft te zijn / niet bedoeld om er te wandelen op zondag.’ Tjitske Jansen.
Democratie – Wanhoop geen helden te vinden om je te kunnen laten leiden. Thomas Carlyle. pfrase.
Democratie – Misbruik van statistiek. Borges.
Depressie – Depression is when you have lots of love, but no one’s taking. Douglas Coupland.
Discours – Wittgenstein heeft een mooier woord voorgesteld: taalspel. Luc Devoldere.
Gedicht – Een paar woorden die even bij elkaar willen horen. Rutger Kopland.
Ik in het internettijdperk – De mate waarin je je (innerlijk) op iets kunt concentreren. David Dalrymple.
Internet – A machine for altering and re-channeling work. Gene McHugh.
Journalist – Professionele, gespecialiseerde toerist die ons toeschouwer laat zijn bij rampen in een ander land. Susan Sontag.
Kameleon – Klein leeuwtje met kleurverveling. Dick Hillenius.
Kapper – De kapper meet de haren en de haren meten het leven. Herta Müller.
Kat – Van een grote, uit pels gemaakte onverschilligheid. Herman de Coninck.
Kunst – Nutteloosheid nut geven. Hans den Hartog Jager.
Kunst – Aanvullende mensenkennis.
Millennial Tristesse – A longing for the twentieth century. Douglas Coupland.
Olifant – De ontroering dat er in al die slobberbroeken gewoond wordt. / Dat cement oogjes heeft om mee uit die ontzaglijkheid te kijken. Herman de Coninck.
Omniscience fatigue – The burnout that comes with being able to know the answer to almost anything online. Douglas Coupland.
Reclame – Persuading people to buy things they don’t need, with money they don’t have, in order to impress neighbours who don’t care. Victor Papanek.
Schrijver – Iemand die zich de moeite geeft schriftelijk te spreken, en aan dit spreken een zorg besteedt die buiten proportie is. Patricia de Martelaere.
Schrijver – Boekhouder van het gemiste leven. Luc Devoldere.
Sneeuwslaper – Iemand die voor de televisie in slaap is gevallen. Marlene van Niekerk.
Symbool – Beeld opgepompt met een betekenis die het van zichzelf niet heeft.
Voetnoten – Pispotten onder het bed van een boek. Quevedo.
Z – niks, twee neuzen van Esscher. Jan Hanlo.