ornament

Ik woon driehoog. Als ik voor het raam sta kijk ik bij de overburen naar binnen, zo dichtbij is dat. De bakstenen van het huis aan de overkant zijn rood. Ze kleuren ieder moment anders. De architect vond dat niet genoeg: de gevels zijn versierd met bakstenen die met hun kopse kant uit de muur steken en met bakstenen die geel geverfd zijn in de vorm van twee ruiten (een onbevredigende voetbaluitslag). Aan de achterkant van het huis is minder aandacht besteed, die is grilliger, slordiger. Als ik naar beneden kijk zie ik twee vuilcontainers, weggewerkt onder de grond. Daarop staan twee groene huisjes. Eén keer per week zweven die voor het raam. Soms zou ik een kind willen zodat ik kon vertellen dat je geen vuilniszak naar binnen moet gooien als er witte rook uit de schoorsteentjes komt. Ik heb geen kind, wel een driejarig overbuurmeisje.


About this entry