naar aanleiding van een theekopje bont
In de aankomsthal van luchthaven Schiphol was het zo druk dat ik makkelijk iemand op de schouder had kunnen tikken, met haar weg had kunnen lopen, kinderen had kunnen krijgen, en de dood had kunnen afwachten zoals een olifant de regen. Maar dat doe je niet, je laat je oog vallen op een blauw stoeltje in een rijtje van vier en gaat zitten.
Een kluitje mensen stond bij een bagageband. Ze wachtten op hun koffer terwijl wij – afhalers – op onze beurt op hen wachtten. Eigenlijk wachtten wij dus ook op hun koffers. Af en toe schoven twee deuren open en kwam iemand naar buiten terwijl alle ogen op hem gericht waren. –Moest ik ook bloemen? Ik hield mijn vijf euro in mijn zak. Het parkeertarief van Schiphol was achterlijk hoog, mijn vriend hield niet van bloemen. Ik hoopte dat zijn vliegtuig het haalde en niet in de Noordzee neerstortte. Beelden van brokstukken die in zee dreven.
Het stomme van vliegen is dat het voor niemand echt leuk is. Opnieuw beelden van brokstukken die in zee dreven. Huilen op televisie lijkt me het vreselijkste dat je kunt overkomen. Waarom was het wachten hier trouwens niet privé maar achter glas? En waarom zaten mijn billen vastgeklonken in blauwe kuipstoeltjes, en de blauwe kuipstoeltjes vastgeklonken in de grond? Tegenover me zat een meisje met op haar schoot een kleine koffer bekleed met bont. De koffer deed me denken aan de beroemde foto van een kop en schotel bekleed met bont, en een lepel. De lepel fascineerde me nog het meest. Stel je voor: een lepel van bont vol jam in je mond. Het meisje zweeg. Haar handen aaiden het koffertje.
Vroeger wilde ik bontlaarzen net als de helblonde vrouwen op wintersport die de hele dag rondliepen want skiën deden zij niet, of konden zij niet, wat niet uitmaakte, het resultaat was hetzelfde, ze lagen in een ligstoel in de zon sherry te drinken te wachten tot de skiliften stopten zodat hun mannen en kinderen mee gingen naar het hotel – een prima vrijetijdsbesteding, zeker als de zon scheen, al begreep ik dat toen nog niet. Dat je maar beter goed kon oefenen in wachten omdat dat het leven is.
Waar bleef mijn vriend? Het koffermeisje irriteerde. Op de beeldschermen schoven vluchtnummers en vertragingen steeds een regel naar boven volgens een systeem dat ontworpen was door Paul Mijksenaar die later ook de luchthaven in The Terminal, de film van Steven Spielberg, bewegwijzerde. Terminaal. Wat een aanduiding voor een luchthaven. Luchthaven is mooier. Haven in de lucht. Ja, Schiphol zou in de lucht gebouwd moeten worden. Een kilometer hoog. Met een panoramaterras van waaruit je Maastricht kunt zien. Een verkeerstoren die tot in de hemel reikt en in de wolken prikt.
About this entry
You’re currently reading “naar aanleiding van een theekopje bont,” an entry on elke dag een bericht
- Published:
- 7.22.05 / 12pm
- Category:
- leven
- Tags:
Comments are closed
Comments are currently closed on this entry.