het museum van de toekomst
Het was vroeg in de ochtend. Zacht gefluit klonk uit luidsprekers. Een espressomachine ratelde. Van enkele reizigers keek de hut uit op de winkelpromenade (drie dekken hoog, zes tennisbanen lang) in het midden van het schip. De winkelpromenade was bedoeld om je te doen vergeten dat je op een schip was. Maar de M/S Color Fantasy was wel degelijk een schip. Het dreef op een koude dag, op kalme zee, in zuidelijke richting naar Duitsland. Gestaag kabbelde het voort, het had geen haast – haast is iets voor vliegtuigen – en daarom zou het een ideaal museum zijn.
Ik slenterde langs de winkels, ze waren nog niet open. In de ontbijtzaal stond een glazen koffertje van een Nederlandse kunstenaar verscholen tussen kunstplanten. Hoe langer ik erover nadacht, des te aantrekkelijker scheen het idee: een museum dat beweegt en mensen die stilstaan. Omdat je op een boot nergens heen kunt, vermaak je je noodgedwongen in een lager tempo dan normaal met wat er aan boord te doen is. Zeker in de winter wanneer het te koud is om buiten op het dek te zijn, ben je op een gegeven moment klaar met de speelhal, het zwembad, de fitnessapparaten, de musical en de medepassagiers (die je begint te herkennen als je weer eens over de winkelpromenade slentert). Als dan ook nog het natuurschoon en de fjorden op zijn omdat je inmiddels buitengaats bent of omdat het mistig is en je op het punt staat om je te laten meewiegen op de kadans van de dieselmotoren, zou een bankje met uitzicht op een mooie Saskia Olde Wolbers niet gek zijn.
Videowerk kan prima vertoond worden in de claustrofobische diepste dekken, ver beneden de zeespiegel.
Het begin is er. In de trapportalen hangt wat kunst (niemand neemt de trap, want er zijn twee spectaculaire, glazen liften die heen en weer zoeven langs de winkelpromenade). Op de wanden van de restaurants zijn enkele muurschilderingen aangebracht (daar eisen nu de visbuffetten en romige kwarktaarten alle aandacht op). Op de winkelpromenade concurreren een lichtsculptuur en marmeren beeld met etalages vol harige trollen en pluizige elanden, maar die situatie kan zo veranderd worden: het enige wat je zou hoeven doen is één van de vijftien dekken leeghalen en een curator aan het werk zetten. Hij kan reizende tentoonstellingen creëren. Nu is het een enorme kostbare operatie om tentoonstellingen van museum naar museum te krijgen, dan doe je gewoon enkele havensteden aan. Terwijl de cruisepassagiers de middag in de stad door te brengen, kan het lokale publiek aan boord komen en dek vijftien bezoeken met de beelden van Marc Quinn of Damien Hirst.
Een vriendelijke vrouwenstem die zegt dat de winkels opengaan en dat ik in de taxfreeshop een Noorse trui kan kopen haalt me uit mijn laatste overpeinzing: als een boot een ideaal museum is, is een vliegtuig dat opstijgt een ideale bioscoop (niemand komt te laat binnen, niemand loopt door het beeld, iedereen vastgegespt).
Comments are closed
Comments are currently closed on this entry.